Snowboard basishouding

Centrale balans

Alle technieken hebben één ding gemeen: de centrale balans (CB) of basishouding. Dit is de manier waarop je op je board moet staan om de technieken te kunnen boarden. De centrale balans zegt iets over de balans tijdens het rutschen (slippen) en glijden en over de positie van het lichaamszwaartepunt (LZP) in horizontale en verticale positie.

Bij een juiste centrale balans is het gewicht verdeeld over beide benen. De enkels, knieën en heup zijn gebogen, waarbij de knieën precies boven de voeten blijven en de heup tussen de benen in. Het bovenlichaam is rechtop (rechte rug) en je kijkt waar je heen gaat. De heuplijn en schouderlijn lopen parallel aan het board en staan haaks op de voorste voet. De armen zijn naast en voor het lichaam en zijn gebogen zodat de armen tezamen een halve cirkel vormen. De handen zijn ter hoogte van de navel.

Alpine balans

De Alpine Balans (AB) zegt iets over de balans in laterale (zijwaartse) richting tijdens het maken van een bocht. We onderscheiden 3 kenmerken:

1. Kantenhoek nemen
2. Kantenwissel maken
3. Aaneengesloten bewegen

Er zijn verschillende manieren om de kantenhoek van je snowboard te vergroten. Door te hoeken kan je een grote kantenhoek nemen en blijft je lichaamszwaartepunt dicht bij je board. Bij een goede kantenwissel maak je gebruik van verticale hoogbeweging en van het draaiprincipe blokdraaien. Door de bochten aaneengesloten te boarden kan je de energie opgewekt aan het einde van de bocht gebruiken voor de inzet van de volgende.