Snowboard bouwwijzen

De volgende informatie is toepasbaar op zowel raceboards als freeride- of freestyleboards. Vaak is het handig om te weten wat er ongeveer aan bouwwijzen is en zul je tijdens het snowboarden de eigenschappen gaan leren herkennen om in de toekomst nog beter het juiste board te kunnen kiezen. Voor exacte omschrijving en uitleg over welke shape, flex, radius, rocker, camber of iets van een bepaald board is, kun je het beste gewoon eens op de sites van fabrikanten zelf kijken.

STOOMCURSUS SNOWBOARDWETENSCHAPPEN

Onderdelen

  • Base of belag, het glijoppervlak en is er in vele soorten, Sintered, bestaand uit losse korrels samengeperst materiaal en waxopnemend. Wax verbeterd glijeigenschappen. Extruded is gesmolten en gewalst plastic en neemt geen wax op, slijtvaster en vooral handig voor funpark.
  • Kanten, deze bevinden zich aan de onderkant naast het glijvlak en snijden als scherpe messen in de sneeuw zodra het board op zijn kant bochten moet maken.
  • Nose, dit is de omhooggebogen voorkant, vaak met alluminium bumper op de onderkant tegen opensplijten.
  • Tail is de (omhooggebogen) achterkant, ook vaak met alu bumper.
  • Topsheet, de zichtbare bovenkant beschermt het board en draagt natuurlijk de print.
  • De inserts, de schroefgaten of rails van het board. Deze zijn in verschillende patronen leverbaar, let daarop met het aanschaffen van een passende binding.
  • Kern, deze is onzichtbaar, meestal verlijmd hout en vaak ingepakt met allerlei kunststof vezels en andere stroken voor betere buig- en demping eigenschappen.
  • Sidewalls of steunkant, vaak ABS materiaal en beschermt de binnenkant van het board tegen water en ondersteunen de kant.

Dit is slechts een hele vereenvoudigde uitleg van een board samenstelling, kijk maar eens op dit filmpje hoe een board gebouwd wordt!

Boardshape

De Shape van het board is onder te verdelen in de volgende types:

Directional, het board heeft het smalste punt meer naar achteren. De neus is breder en minder stijf dan de tail. Daardoor blijft het board stabiel op hogere snelheid, stuurt prettig bochten en is ook geschikt voor buiten de piste.

Directional twin, dit is een symetrisch board waarbij de neus iets zachter is dan de tail, maar wel dezelfde shape. Een ideaal board voor allround gebruik in combinatie met veel funpark. Je kunt de bindingen ook iets naar achteren zetten voor in het terrein bijvoorbeeld.

True twin, dit is een puur symetrisch board en door de centrale stance ideaal voor freestyle en switch rijden. Vaak zijn deze boards zacht, zeer vergevingsgezind en ook geschikt voor beginnende snowboarders.

Flex en stijfheid

De flex, of stijfheid van een board, zijn op drie manieren van invloed:

Torsiestijfheid, meer van deze stijfheid zorgt ervoor dat een board meer grip heeft op ijs. De nose en tail blijven als breedste punten van het board goed op de sneeuw drukken en buigen niet vlak. Voor freestyle en poedersneeuw hoef je echter niet altijd veel te hebben, wordt het board te agressief.

Lengte stijfheid of flex. Hoe stijver het board, hoe meer kantendruk hij kan houden op hardere ondergrond. Dit hangt ook samen met de torsiestijfheid, zo kun je met meer torsiestijfheid een soepeler board nemen en makkelijker je bochtradius beinvloeden. Meer stijfheid geeft iets meer power en veel levendigere bochtenwissels. In het funpark wil je ook een soepel board, maar met carven op de piste mag het best wat stijver.

Flexverdeling. Door de tail stijver te maken krijg je bijvoorbeeld fellere bochten. Door de nose wat soepeler te maken, krijg je bijvoorbeeld meer drijvend vermogen in de poeder. Is de flex bijvoorbeeld een doorlopende buiging over het hele board, of is het board stijver tussen de bindingen.

Deze stijfheden zijn overigens in de winkel wel te voelen, maar door de vele combinatie mogelijkheden zijn er maar weinig mensen die daadwerkelijk een goede conclusie daar aan kunnen verbinden. Meestal heeft de fabrikant gelukkig zijn huiswerk al gedaan door een sticker op het board te plakken!

Camber vs Rocker

Vrij recent in de snowboardwereld is de ontwikkeling van andere voorgevormde buigingen in boards als je van opzij kijkt.

Een camberboard is de traditionele vorm, waarbij de nose en tail van het board op de grond liggen en het midden los ligt van de grond, je kunt er je hand onder steken. Als je er dan op gaat staan, verhoog je de druk op de nose en tail en daardoor heb je over een langer stuk een hogere kantendruk. Dit maakt het board heel dynamisch in bochten en wordt met de komst van rocker nu vooral gewaardeerd door carvers en pisteliefhebbers.

Een rockerboard is eigenlijk het omgekeerde en het board ligt dan ook met de nose en tail vrij van de grond, als een soort banaan. Pas op het moment dat je het board op zijn kant zet, gaan de nose en tail naar de sneeuw en krijg je een langere kant. Deze boards zijn iets losser en draaien makkelijk. Het grootste voordeel voor iedereen is dat het board niet meer zo gauw “hapt”, de zogenaamde “snapper”. Tijdens rechtdoorboarden wilde een camberboard nog wel eens plotseling met zijn kant in de sneeuw pakken en werd je gekatapult. Een rockerboard heeft die kanten bij de nose en tail van de sneeuw weg en daardoor bijna geen mogelijkheid daartoe, ideaal! Momenteel zijn er vele variaties in boards voorzien van rocker, camber met rocker, helemaal plat (flat rocker) of meerdere cambers en rockers. Dit is per merk verschillend, maar het resultaat is veelal gelijk.

Lengte bepalen

De lengte van het board hangt ook weer af van het inzetbereik en om het verhaal heel makkelijk te houden kun je vaak het beste naar gewicht kijken bij de boardspecificaties. Vaak heb je bijvoorbeeld drie lengtes en ben je een kleine man, neem je de kleinste, ben je een gemiddelde maat man neem je de gemiddelde etc. Normaal was altijd een board tot ergens aan de kin. Meer lengte geeft rust op hoge snelheid, minder lengte draait makkelijker op lagere snelheid. Je kunt verder nog naar de effectieve kantenlengte kijken, het deel dat de kant daadwerkelijk invloed op de sneeuw heeft en de bijbehorende loopvlak of base lengte. Ook dit verschilt per merk en bekijk dat eens rustig op de site van fabrikanten.

Breedte of waist

De waist van een board bepaalt hoe snel een board van kant kan wisselen en dus draaien, maar de keuze is wel geheel afhankelijk van de schoenmaat. Bij te smalle boards blijven je tenen en hakken bij bochten in de sneeuw hangen, heel erg vervelend, en bij een te breed board wordt het vooral heel zwaar om op de kant te staan. Ideaal is dat je schoenen net een klein stukje aan beide kanten uitsteken, rond 1 á 2 cm bijvoorbeeld. Voor poedersneeuw wil je een zo breed mogelijk board om te beter te blijven drijven. Met carven wil je zo smal als dat je schoenen en bindingen het toelaten, eventueel met verhoging om nog meer marge te hebben. Tegenwoordig heb je bij een heleboel merken meerdere breedtematen in een serie of type board, wide, mid en narrow bijvoorbeeld.

Radius of sidecut

De radius of sidecut geeft de natuurlijke draaicircel van een board aan en dit is een indicatie. Het is namelijk ook van belang hoe goed deze radius te beinvloeden is en dat heeft allemaal weer te maken met de verschillende flexen in een board. Over het algemeen kun je aannemen dat hoe kleiner de radius is, hoe korter en makkelijker het board draait. Elk merk heeft verschillende soorten radius, zo is het niet altijd een perfecte ronding en zijn er tegenwoordig zelf uitstulpingen in de staalkanten die voor verhoogde druk zorgen op kleine plekken. Denk aan het effect van zaagtanden.

Conclusie

Er zijn dus genoeg variaties mogelijk en kun je niet zomaar aan een board voelen hoe goed hij is, ook het gebruik van materialen is daarbij minstens net zo belangrijk. Een paar voorbeelden: een houten kern geeft meer “leven”, carbon geeft een snellere reactie en titanium zorgt voor meer demping. Meestal is het net als bij auto’s, hoe duurder het board, hoe makkelijker je er harder mee over moeilijker terrein kunt. Ga je naar gebieden met veel kunstsneeuw, dan zul je zeker heel veel plezier hebben van een board waar net iets meer materiaal in zit. Ben je een blijvende beginner en zit je graag naast de piste te kijken, let dan vooral op het plaatje op je board. Weet je heel goed wat je wilt gaan doen en ben je van plan het maximale uit jezelf te halen.. Precies, gewoon een goede set kopen.

Zorg dat je weet wat je voor soort boarder bent, heb je schoenen bij je en ken je budget. Wees wel reeel met je budget, soms kan het namelijk vijf jaar langer plezier geven door wel het juiste board te kopen. Goedkoop is duurkoop weet ik inmiddels na twintig jaar snowboarden en veiligheid hangt erg samen met materiaal!

Board kopen?

Bij het aanschaffen van een board moet je dus op de volgende dingen letten:

1) Inzetbereik, voor de meeste mensen is dit bijvoorbeeld all mountain
2) Juiste maat, kijk dus goed naar de breedte i.v.m. de schoenmaat
3) Budget en optisch

Kijk voor een uitgebreide koophulp bij het artikel “Welk softboot snowboard moet ik kiezen?” en mocht je er dan niet uitkomen, dan mag je me mailen of ga gewoon naar een goede snowboardshop en zij helpen je altijd verder!

Snowpepper Team Snowboarding


4
stars –
Goed leren snowboarden

De trainingen zijn geweldig, leerzaam en voor iedereen geschikt die meer wil met snowboarden